Soort les:
Klassikaal in de kring.
Thema:
Boekoriëntatie
Woordenschat:
- passief: groot/klein, breed/smal, lang/kort, dik/dun
- actief: kaft, rug, titel, schrijver/auteur, tekenaar/illustrator, tekst
Voorbereiden:
De kinderen zitten in de kring.
Zet een aantal verschillende boeken op een tafel o.i.d. voor de klas. Zorg ervoor dat de boeken verschillen van grootte, dikte, gewicht, materiaal, enz.
De les:
Vertel dat de boeken allemaal verschillend zijn. Niet alleen omdat er andere plaatjes op staan of de boeken anders heten, maar om iets anders. Laat de kinderen zelf ontdekken wat de verschillen zijn. Laat twee boeken de kring rond gaan, zodat de kinderen kunnen voelen. Kies bijvoorbeeld voor een hard boek en een flexibel boek. Laat de kinderen beschrijven wat ze hebben gevoeld. Tijdens het omschrijven kun je alvast nagaan of er kinderen zijn die al woorden kunnen toepassen, zoals kaft en rug.
Neem een boek als voorbeeld. Laat zien wat er allemaal op de voorkant staat. Je kunt ook de kinderen zelf laten benoemen wat ze allemaal zien. Benoem de namen die erbij horen, zoals titel, schrijver/auteur, enz.
Verwerking:
Als verwerking kun je de kinderen zelf een prentenboekje laten maken. Zie daarvoor Bevo -> Prentenboek